ABR

Subrogatie onder de ABR polis

12 januari 2017

1. Artikel 41 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst staat er niet noodzakelijk aan in de weg dat de ABR-verzekeraar een subrogatoir verhaalsrecht uitoefent tegen een aansprakelijke persoon die (in een bepaalde mate) tevens de hoedanigheid van een verzekerde heeft. Slechts ten aanzien van verzekerden die overeenkomstig de verzekeringsovereenkomst op bescherming door de verzekering gerechtigd zijn, kan geen subrogatoir verhaal worden uitgeoefend, omdat het anders het voorwerp van de verzekeringsovereenkomst volledig zou uithollen. De verzekerde zoals bedoeld in artikel 41, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst is de persoon aan wie de verzekeraar de verzekeringsprestaties heeft toegekend waarvoor de verzekeraar verhaal zoekt. Alleen deze verzekerde aan wie is betaald, kan de verzekeraar in diens rechten subrogeren. De “derden” waarvan sprake in artikel 41, eerste lid zijn alle andere personen dan de verzekeraar en de verzekerde-subrogant.

2. Het subrogatoir verhaalsrecht waarin artikel 41 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst voorziet, is niet beperkt tot derden die krachtens het contractueel of buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht gehouden zijn tot vergoeding van schade, maar kan ook tegen de verzekeraar van de aansprakelijke derde worden uitgeoefend.
(Brussel 27 januari 2014, TBO 2015 p. 99)