Artsen - ziekenhuizen

Wrongful birth/life

12 januari 2017

Het feit geboren te worden met een handicap, wanneer die handicap zelf niet het gevolg is van een medische fout, is geen vergoedbare schade in hoofde van een kind.
De ouders én het kind kregen een vergoeding vanwege het Hof van Beroep. De ouders voor de meerkosten van verzorging, het kind omwille van het feit dat het geboren werd, wat dus door het Hof van Cassatie is teruggefloten en in strijd is geacht met het principe dat schade om vergoedbaar te zijn rechtmatig moet zijn, en men niet rechtmatig kan voorhouden dat geboren worden en/of leven als schade kan worden aanzien.
(Cass. 17 oktober 2016, C.11.0062.F/1)

Aansprakelijkheid bij multidisciplinaire samenwerking

12 januari 2017

De chirurg is jegens de patiënt aansprakelijk voor de chirurgische ingreep en hij coördineert het geheel van de werkzaamheden in het kader van de chirurgische behandeling van de patiënt. Aldus heeft hij een algemene toezichtsplicht in de pre-, peri- en postoperatieve fase. Desalniettemin bevindt de anesthesist zich niet in een ondergeschikt verband t.a.v. de chirurg waarmee hij zijn prestaties moet overeenstemmen, en beschikt hij over een totale onafhankelijkheid ten aanzien van de chirurg, in zijn eigen vakbekwaamheid, rekening houdend met zijn eigen aansprakelijkheid.
Hieruit volgt dat de anesthesist zijn houding niet kan laten opleggen door de chirurg en vrij blijft om te weigeren een patiënt te verdoven indien hij meent dat de toestand van deze patiënt dit niet toelaat of indien, in geval van dringendheid, het risico veroorzaakt door het toedienen van de verdoving, hoger is dan het risico dat wordt gelopen door de ingreep niet uit te voeren of uit te stellen.
(Bergen (2e k.) 26 november 2013, JLMB 2014, afl. 36, 1713)

Beroepsgeheim

12 januari 2017

Hij die tot het beroepsgeheim is gehouden, overtreedt artikel 458 Strafwetboek niet indien hij onder het beroepsgeheim vallende informatie meedeelt aan anderen die optreden met een zelfde doelstelling en ten aanzien van dezelfde opdrachtgever en die mededeling bovendien noodzakelijk en pertinent is voor de opdracht van de geheimhouder.
De rechter oordeelt onaantastbaar of het mededelen van onder het beroepsgeheim (art. 458 Sw.) vallende informatie pertinent en noodzakelijk is voor de opdracht van de geheimhouder. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
(Cass. (2e k.) AR P.11.1750.N, 13 maart 2012 (C.M.T.J.E.S. / P.G.P.L.B., M.G.S.), Arr.Cass. 2012, afl. 3, 651)

Informatieverplichting (informed consent)

12 januari 2017

1. De redenering van het Hof van Cassatie in het arrest van 25 juni 2015 (inzake de informatieplicht van een advocaat) kan perfect worden toegepast op de informatieplicht die op de arts rust en ze is in feite een toe te juichen terugkeer naar het gemeenrechtelijk bewijsrecht.
(Rb. Brussel (11e k.) 29 februari 2016, Con. M. 2016, afl. 2, 97; T. Gez. 2015- 16, afl. 5, 370, noot LEMMENS, C.)

2. Uit de regels van de bewijslast volgt dat de advocaat dient te bewijzen dat hij zich van zijn plicht heeft gekweten om zijn cliënt in te lichten, en niet dat laatstgenoemde het negatieve feit dient te bewijzen dat de vereiste informatie hem niet werd gegeven.
(Cass. 25 juni 2015, Juristenkrant 2015 (weergave VANDENBUSSCHE, W., VERJANS, E.), afl. 320, 1 en 16; http://www.cass.be (26 juli 2015); JT 2016, afl. 6662, 609 en http://jt.larcier.be/ (9 november 2016), noot F.G.; RGAR 2015, afl. 9, nr. 15219, noot GLANSDORFF, F.; RW 2015-16, afl. 42, 1664 en http://www.rw.be/ (29 juni 2016), noot VANDENBUSSCHE, W.; T.Gez. 2015- 16, afl. 5, 368, noot LEMMENS, C.)