Bouw- en Aannemingsrecht

Aanneming en burenhinder

12 januari 2017

1. De aansprakelijkheid wegens burenhinder (art. 544 BW) vereist geen bewijs van een fout in hoofde van de hinderwekkende nabuur c.q. bouwheer, doch wel het bewijs van een daad, verzuim of gedraging toerekenbaar aan die hinderwekkende nabuur c.q. bouwheer.

2. De bouwheer die een aannemingsovereenkomst heeft gesloten met een aannemer die het volledig zelfstandig op zich heeft genomen om de werken onder leiding en toezicht van een architect te voltooien, is niet aansprakelijk als bewaarder van de zaak (art. 1384, 1e lid BW).

3. De quasi-delictuele aansprakelijkheid van de aannemer (art. 1382 BW) kan voortvloeien uit de geringste nalatigheid, eenvoudige onvoorzichtigheid of gebrek aan voorzorg. Een onvoldoende schoring van een gevel kan worden beschouwd als een fout in de zin van artikel 1382 BW.

4. Om zich op overmacht te kunnen beroepen en zodoende te ontsnappen aan de quasi-delictuele aansprakelijkheid, dient de aannemer het bewijs te leveren dat (i) de als overmacht of vreemde oorzaak ingeroepen gebeurtenis de nakoming van de verbintenis van de schuldenaar onmogelijk maakt, en (ii) de gebeurtenis of de omstandigheid die de nakoming van de verbintenis voor schuldenaar onmogelijk maakt, niet te wijten is aan en evenmin gepaard gaat met een fout van de schuldenaar. De vooropgestelde onmogelijkheid moet worden beoordeeld volgens het criterium van de normaal zorgvuldige en omzichtige contractant van dezelfde beroepscategorie en geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden.
(Rb. Antwerpen, afdeling Antwerpen (AB12 k) 14 januari 2015, TBO 2015 p. 117)

Aansprakelijkheid THV

12 januari 2017

Overeenkomstig artikel 53 W.Venn. zijn vennoten in een tijdelijke handelsvennootschap hoofdelijk gehouden jegens derden met wie zij hebben gehandeld. De inhoud van het tijdelijke handelsvennootschapscontract, waaronder het niet-geïntegreerd karakter, of nog, de verdeling tussen de vennoten van de uit te voeren werken a.h.v. loten, is niet tegenwerpelijk aan een onderaannemer/leverancier die betaling vordert van een onbetaalde factuur.
(Brussel (20e k) 22 februari 2016, TBO 2016 p. 455)

Aansprakelijkheid van de hoofdaannemer voor diens onderaannemers

12 januari 2017

In geval van gebrekkige uitvoering van aannemingswerken ingevolge een conceptfout bestaat er aanleiding te besluiten tot een gedeelde technische aansprakelijkheid van de architect (80%) enerzijds en de hoofdaannemer (20%) anderzijds wanneer die laatste als gespecialiseerd aannemer tekortgekomen is aan zijn raadgevings- en informatieverplichting t.a.v. de bouwheer en/of architect. De (onder)aannemer kan zich niet beroepen op moeilijke uitvoeringsomstandigheden om aan zijn aansprakelijkheid te ontsnappen, nu hij als gespecialiseerd vakman in voorkomend geval de uitvoering had moeten weigeren. De hoofdaannemer is de contractpartij van de bouwheer en staat in voor zijn onderaannemer, zodat de bouwheer zich niet rechtstreeks moet richten tot de onderaannemer.
(Gent (16e k) 8 april 2016, TBO 2016 p. 456)

Aansprakelijkheidsprincipes bij verkoop van (nieuwbouw)woningen

12 januari 2017

Bij eigendomsverkrijging ten bijzondere titel neemt de rechtsopvolger in beginsel de met het goed verbonden persoonlijke rechten over, zonder te moeten instaan voor de verbintenissen. Voorbeelden daarvan zijn de aansprakelijkheidsvordering ex artikel 1792 BW, de vrijwaringvordering wegens verborgen gebreken, de vordering tot vergoeding van zaakschade en de vordering wegens burenhinder.
(Gent 2 mei 2014, TBO 2014 p. 217)

Absolute nietigheid aannemingsovereenkomst – niet-naleving van de vestigingswetgeving in de bouwsector

12 januari 2017

De aannemingsovereenkomsten gesloten met een aannemer die niet bewijst de reglementering inzake toegang tot het beroep na te leven, zijn absoluut nietig.
De vestigingswetgeving en meer in het bijzonder de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap is van openbare orde, zodat aannemingsovereenkomsten met aannemers van werk die op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst niet aan de wettelijk bepaalde vereisten van beroepsbekwaamheid voldoen, absoluut nietig zijn.
(Rb. Waals Brabant, 5 september 2014, R&J 2014, afl. 4, 359)

Artikel 20 AVV ( Algemene Aannemingsvoorwaarden bij openbare aanbesteding) / artikel 544 BW

12 januari 2017

Bij openbare aanbestedingen is het van belang steeds rekening te houden met de algemene aannemingsvoorwaarden (AVV). Zo dient een ingebrekestelling te gebeuren conform artikel 20 van de algemene aannemingsvoorwaarden.

Voor wat betreft art. 544 BW moet steeds worden nagekeken of de aansprakelijkheid op grond van voornoemd artikel (burenhinder) al dan niet door de bouwheer (overheid) werd overgedragen aan de aannemer. Indien dit niet het geval is, blijft de gunnende overheid (bouwheer) instaan voor de burenhinder.
(Rb. Turnhout (TB9 k) 4 februari 2016)

Huur van werk vs. huur van materiaal

12 januari 2017

De aansteller in de zin van artikel 1384, 3e lid BW is diegene die het feitelijk gezag en toezicht kan uitoefenen op de daden van een ander. Wie de aansteller was van i.c. een kraanman die hijsbanden heeft laten vallen en daardoor een persoon heeft verwond, dient concreet te worden onderzocht aan de hand van de feitelijke omstandigheden. Ingeval het doel van de overeenkomst bestaat in de uitvoering van een werk door een gespecialiseerd vakman, is de omstandigheid dat die vakman daarvoor het nodige materiaal meebrengt, van ondergeschikt belang, ook al gaat het hier om een zeer groot materiaal, namelijk een kraan. De overeenkomst betreft dan ook in essentie geen huur van materiaal, maar een huur van werk. In die omstandigheden oefent niet de opdrachtgever het feitelijk gezag en toezicht uit over de kraanman, maar blijft die laatste onder het feitelijk gezag en toezicht van het kraanverhuurbedrijf. Het is dat kraanverhuurbedrijf dat ervoor instond dat haar kraanman de regels van het vak zou naleven en tevens de nodige veiligheids- en preventiemaatregelen op de werf in acht zou nemen. De omstandigheid dat er op de werf geen toezichter van het kraanverhuurbedrijf aanwezig was om instructies te kunnen geven aan de kraanman, doet daaraan geen afbreuk.
(Rb. Brussel (Nl.) (23e k) 9 januari 2015, TBO 2016 p. 75)

In solidum gehoudenheid met andere bouwaktoren?

12 januari 2017

Er bestaat geen reden om de veroordeling in solidum uit te spreken van de promotor, de architect en de aannemer als die mogelijkheid is uitgesloten in de architectenovereenkomst enerzijds, en de verschillende schadeposten afzonderlijk toewijsbaar zijn aan de promotor, aannemer of architect anderzijds.
(Antwerpen (17e k) 19 november 2015, TBO 2016 p. 451)

Voorwaarden voor de uitoefening van het beroep

12 januari 2017

De geldigheid van de aannemingsovereenkomst met de algemene aannemer die geen toegang heeft tot het beroep voor het geheel of een gedeelte van het in de overeenkomst bedoelde werk, kan niet worden betwist wanneer het werk wordt uitgevoerd door onderaannemers die wel over de vereiste vergunningen beschikken.
(Cass. (1e k) 13 januari 2012, RW 2012-13, afl. 35, 1378)