Deskundigenonderzoek

Opportuniteitstoets vs. fishing expedition

12 januari 2017

Het recht op bewijs verhindert onder meer dat de rechter een onderzoeksmaatregel zou weigeren om de enkele reden dat de aangevoerde feiten niet bewezen worden of omdat niet reeds andere bewijsmiddelen worden aangebracht. Dat een procespartij geen (begin van) bewijs voorlegt, kan haar dus niet het recht ontnemen een gerechtelijk deskundigenonderzoek te bekomen. Een vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige dient de opportuniteitstoets te doorstaan, hetgeen enerzijds vereist dat de feiten die men met de beoogde onderzoeksmaatregel wil bewijzen voldoende precies en pertinent zijn, en anderzijds dat de beoogde maatregel nuttig, geschikt en proportioneel is.
Een speculatieve vordering of een “fishing expedition”, zijnde een vraag tot organisatie van een allesomvattend onderzoek in het wilde weg naar alle mogelijke oorzaken, kan niet worden gehonoreerd.
(Antwerpen (1e k) 12 oktober 2015, TBO 2016 p. 61)

Beroepsaansprakelijkheid gerechtsdeskundige

12 januari 2017

Om te kunnen besluiten tot beroepsfout in hoofde van een gerechtsdeskundige (o.b.v. art. 1382 BW), dient te worden onderzocht of een normale zorgvuldige gerechtsdeskundige die dezelfde deskundigenopdracht zou hebben gekregen, de litigieuze handelingen niet zou hebben gesteld. Bij die beoordeling dient rekening te worden gehouden met het feit dat wanneer een gerechtsdeskundige bij de uitvoering van zijn opdracht bepaalde aanbevelingen formuleert, zoals de noodzaak om bepaalde maatregelen te treffen om verdere schade te voorkomen, daaruit geen automatische verplichting volgt voor een partij om die aanbeveling te volgen; die verplichting kan hem enkel door de rechter worden opgelegd. Daarnaast geldt dat de gerechtsdeskundige zijn opdracht vervult in het kader van een welbepaald geschil en daarbij enkel rekening dient te houden met de omschrijving van zijn opdracht zoals die wordt geformuleerd in de rechterlijke beslissing waarin hij werd aangesteld.
(Rb. Brussel (Nl.) (23e k) 19 december 2014, TBO 2016 p. 72)

Bewijswaarde vaststellingen

12 januari 2017

1. De door een deskundige gedane vaststellingen, dit zijn de precieze door hem in het kader van zijn opdracht persoonlijk vastgestelde feiten, hebben een authentieke bewijswaarde, die enkel door de instelling van de valsheidprocedure kan worden ontkracht. Het uit deze vaststellingen door de deskundige afgeleide advies heeft daarentegen geen bijzondere bewijswaarde, maar wordt vrijelijk door de rechter beoordeeld.

2. Uit geen enkele verdrags- of wettelijke bepaling of algemeen rechtsbeginsel volgt dat de rechter die oordeelt het advies van de deskundige, waaromtrent partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, niet te moeten volgen, verplicht is het debat te heropenen.
(Cass. 22 oktober 2013, TBO 2016 p. 26)

Deskundigenonderzoek in strafzaken/burgerlijke zaken

12 januari 2017

De deskundige verslagen die op vraag van een Onderzoeksrechter in het kader van een gerechtelijk onderzoek opgesteld werden, kunnen in de navolgende burgerlijke procedure (gelet op het verval van de strafvordering) door alle partijen bestudeerd en tegengesproken worden. Het lijdt echter geen twijfel dat deze deskundige onderzoeken uitgevoerd werden zonder dat de deskundigen kennis namens van het standpunt van de verdachten/verweerders en zonder dat zij op hun standpunten dienden te antwoorden. Met het oog op het ondubbelzinnig respect voor de rechten van verdediging van alle partijen is het opportuun om in de burgerlijke procedure een nieuw deskundigenonderzoek te bevelen.
(Brussel 17 november 2015)

Geen advies over de grond van de zaak

12 januari 2017

Het Hof van Cassatie oordeelde dat uit de samenlezing van artikel 11, eerste lid en artikel 962, eerste lid Ger.W. volgt de rechter een deskundige slechts mag gelasten feitelijke vaststellingen te doen en technisch advies te geven. Hij kan de gerechtsdeskundige niet gelasten advies te verstrekken over de grond van de zaak. Indien de deskundige zich in zijn advies toch uitspreekt over de grond van de zaak, dient dit advies uit de debatten te worden geweerd. Wanneer het bewijs door vermoedens is toegelaten, kan de rechter evenwel alsnog rekening houden met de door de deskundige gedane vaststellingen en technische adviezen en hieruit desgevallend feitelijke vermoedens afleiden.
(Cass. 6 maart 2014, TBO 2014 p. 203)