Strafverzwaring in graad van beroep BIV

Noch het algemeen beginsel van het recht van verdediging, noch artikel 6.1 EVRM wordt geschonden door de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (B.I.V.) die de tuchtsanctie die door de Uitvoerende Kamer werd uitgesproken, verzwaart, zonder vooraf de betrokken beroepsbeoefenaar-appellant te hebben verwittigd, aangezien, ingevolge artikel 60 van het KB van 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het B.I.V., de mogelijkheid om tot verzwaring van de sanctie over te gaan inherent is aan het stellen van het hoger beroep en derhalve voorzienbaar is.
De tuchtsancties voorzien in artikel 14 van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar zijn, ook al moeten ze op hun evenredigheid kunnen worden getoetst, niet ten aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM.
(Cass. 15 mei 2015, TBO 2016 p. 41)

Share this Project

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *